WEEKENDJE TOT RUST KOMEN IN DURBUY

Wat doe je als je even je hoofd wil leegmaken? Dan ga je erop uit. Nou, zo doe ik het toch. En dat deden we afgelopen weekend in Durbuy. Wist je dat diverse bronnen op het Internet Durbuy het kleinste stadje ter wereld noemen? Er is wat onenigheid over, omdat Hum in Kroatië nog kleiner zou zijn, maar dat zou niet meetellen omdat het een eigen burgemeester heeft. Ik ken er niets van, maar wat ik wel weet, is dat Durbuy de ideale uitvalsbasis is voor een kort maar krachtig weekendje weg.

Vanuit het zuiden van Limburg sta je op anderhalf uur op de grond van gemeente Durbuy. We overnachtten in deelgemeente Barvaux, in het heerlijke Azur En Ardenne. Een hotel met alles erop en eraan. Oké, niet alles. Een fitnessruimte hadden ze niet. Maar ze hadden wel een zwembad, een sauna, een hammam, een jacuzzi en een bar. Lijkt me ook voldoende om even alles on hold te zetten.

Na het uitpakken van onze bagage, doken we meteen het zwembad in. Genieten met zicht op de natuur, meer heeft een mens niet nodig. De jacuzzi was helaas voortdurend bezet, dus bubbels hebben we elders moeten zoeken.

‘s Avonds wandelden we naar het centrum van Barvaux, waar we het gezellige Taverne Du Centre ontdekten. Klein, maar oh zo fijn. Vriendelijke mensen die ook nog eens een woordje Nederlands spraken, lekker eten en een gezellige omgeving.

Na ons romantisch diner gingen we de bar in het hotel nog opzoeken. Stefan ontdekte wat biertjes, ik ging voor een Colibri, een alcoholvrije cocktail.

 

De volgende ochtend besloten we vroeg uit te checken. We hadden gekozen voor een overnachting zonder ontbijt, en trokken al vroeg naar het oude centrum van Durbuy. Parkeren deden we daar vlak naast Hôtel des Comtes. Van daaruit bevind je je snel in de kleine straatjes van het middeleeuwse centrum. Elke straat is hier Instagram-waardig. Oorspronkelijk waren we op zoek naar een bakker, want ik had énorm zin in een croissant, maar uiteindelijk zijn we gewoon de eerste zaak waar ‘petit déjeuner’ stond binnengewandeld: La Vieille Demeure.

En daar heb ik tot op heden nog geen spijt van. De zaak had één van de mooiste gevels die ik er ben tegengekomen. Er stonden verschillende soorten ontbijtformules op hun menukaart, maar we besloten allebei te gaan voor de Randonneur, wat blijkbaar backpacker betekent – als ik Google mag geloven. Toepasselijk. Oké, we zijn geen backpackers, maar locals zijn we ook niet.

Het ontbijt bestond uit twee broodjes, twee soorten vlees (hesp en nog wat Ardeense ham – zo leerde mijn zus me), een potje confiture, een potje hazelnootpasta, een plak kaas en een spiegeleitje. Alles samen was het €14. Ik vond het z’n geld waard, zeker gezien het mooie gebouw waar we ons in bevonden.

Die confituur, daar wilde ik mee van weten. Toevallig had ik al gelezen dat de confituur van Saint-Amour een geliefd streekproduct uit Durbuy is, en dat winkeltje lag dan ook nog eens op een paar minuten wandelen van La Vieille Demeure. Stefan nam een paar biertjes mee, ik ging blij naar buiten met een pot aardbeienconfituur.

En de voortdurende neerslag zorgde ervoor dat we uiteindelijk besloten naar huis te gaan. Weggaan is leuk, maar thuiskomen is nog veel leuker!

Stay tuned voor heel wat blogposts over Durbuy!

One Comment

Leave a Reply